dinsdag 2 juni 2026

K70. ‘Absolute democratie’ – Ilja Leonard Pfeijffer (Uitgeverij Arbeiderspers, 2026)

downloaden

Dit is een belangrijk boek, dus verdient het extra aandacht. Pfeijffer beschrijft hoe het democratisch bestuursmodel wereldwijd verschuift in de richting van een autoritair regime. Dat dit niet voor het eerst gebeurt in de wereldgeschiedenis (Athene, Rome, …) is een indicatie dat het systeem-gerelateerd is. En dat wordt bijzonder duidelijk geanalyseerd in dit boek. De enorme feitenkennis van Pfeijffer wordt gebruikt om de recente politieke verschuivingen te noemen en te verklaren, en dit niet alleen in de VS maar ook in Europa. Het is dus opletten geblazen om onze Europese verworvenheden niet te laten verkwanselen. Het heeft ons bloed, zweet en tranen gekost om de jongste 80 jaar een beter systeem te bouwen waar economisch draagvermogen, sociale rechtvaardigheid en veiligheid in een meer redelijke balans gebracht zijn, met aandacht voor de  internationale verhoudingen die daarvoor nodig zijn. Geen ideale wereld, want er is nog (veel) werk aan. Dat zien we dagelijks in de worsteling op alle politieke niveaus.

Dit boek is een vervolg op ‘ALKIBIADES’, het verhaal van de ondergang van de democratie in Athene. In de marge van dit verhaal opperde Pfeijffer dat er drie mogelijke politieke regimes zijn: de dictatuur (met Perzië als voorbeeld), de machtselite (met Sparta als voorbeeld), en de democratie (met Athene als voorbeeld). Zijn conclusie was toen dat elk van deze regimes de zelfvernietiging in zich draagt, en daardoor evolueert naar een ander van de drie mogelijke regimes, in een vrij voorspelbare en circulaire beweging.

Op dit ogenblik zien we democratische regimes gekaapt worden door de ‘absolute democratie’ die inhoudt dat de verkozene zich een persoonlijke macht toe-eigent om als een dictator ‘orde op zaken te stellen’. De term ‘absolute democratie’ is goed gevonden, en de analyse schrikwekkend duidelijk en actueel.

Mijn interpretatie: De dynamiek die ontstaat in het beleid van een democratisch regime gaat richting politiek RECHTS omwille van haar kwetsbaarheid die berust op enkele fundamentele misvattingen of ontwerpfouten in het systeem.

 

1: Eerste misvatting: de som van alle individuele belangen dient het algemeen belang

Deze breed aanvaarde overtuiging komt uit de liberale economische visie zoals die door Adam Smith werd geformuleerd (“Inquiery into the nature and causes of the wealth of nations” – 1776). In die periode werden naties gevormd in een zeer sterke onderlinge concurrentie. Rijkdom en macht waren de voornaamste drijfveren. Dat deze neoliberale visie nog steeds het dominerende paradigma is in de economische wereld zal niet verbazen. In economische opleidingen, masters en post-graduele MBA’s inbegrepen, wordt deze visie nog steeds veelvuldig gehuldigd. In de VS, met zijn uitgesproken cultuur van vrijheid en concurrentie wordt deze overtuiging graag aanvaard.

2: Twee misvatting:  vrijheid moet de basis zijn van ons bestel, hoe meer hoe beter

In de sociale systemen van het verleden werden mensen klein gehouden in alle aspecten: welvaart, kennis, invloed,… Zeker met een autoritair regime dat deze onderdrukking lang weet vol te houden, groeit het verzet, en komt er soms een gewelddadige ommekeer. Voorbeelden zijn er te over. Dat maakt ook dat de frustratie over onvrijheid en onderdrukking een sterke emotie levert voor de drang naar vrijheid.

Meer vrijheid komt niet alleen de bevolking daarom goed uit, maar ook de economen en ondernemers. Hoe meer vrijheid zij krijgen om hun ondernemingen te gebruiken voor het eigen belang (geld en macht), hoe meer ze dit paradigma genegen zijn. N. Chomsky heeft het ons voorgehouden: “Wat Amerikanen vrijheid noemen is de vrijheid om de anderen te mogen bestelen”. Ondanks stapels wetgeving en bureaucratie (‘checks and balances’) is dit mechanisme blijkbaar niet te stoppen. Waar het extreme vormen aanneem, zoals in de VS, zie je ook de concentratie van macht en welvaart toenemen, ten koste van massale armoede en onderdrukking.

Dit betekent dat, hoewel de autoritaire leiding vervangen wordt door een democratie,  de sociale dynamiek niet fundamenteel verandert. Alles hangt af van de beperking van de vrijheid. Als alles (teveel) toegelaten is, krijg je excessen, en dus dezelfde machtsverhoudingen als met een autoritair regime, maar verworven door een meerderheid, min of meer gemanipuleerd.

Als de bevolking klein gehouden wordt (opleiding, kennis, welvaart en invloed) blijft de frustratie groot in het aanschijn van de super rijken die het systeem leeg zuigen. Met ‘brood en spelen’ word de nodige afleiding geschapen. Zelfs indien de inkomens gemiddeld redelijk zijn, het onderwijs ‘gedemocratiseerd’ is, en een democratische inspraak georganiseerd is (verkiezingen), blijven de dynamieken werken, zei het trager dan in de extreme gevallen.

De onenigheid en frustratie die door de ‘ongelijkheid’ blijft groeien, ontaardt in het ontstaan van belangengroepen en politieke partijen. Ieder van hen wil de eigen achterban dienen, en tracht zoveel mogelijk stemmen te halen om macht te vergaren, uiteraard om het systeem in hun eigen voordeel te laten werken. Als men in groepen het laken probeert naar zich toe te trekken, scheurt het laken. Maar het is in dat model van groeiende tegenstellingen duidelijk dat het bijna onmogelijk wordt om nog een beleid te voeren. Compromissen (ten koste van de kwaliteit van het beleid) zijn de enige mogelijkheid om de strijd niet te laten ontaarden in patstellingen en immobilisme.

In de ontstane chaos groeit de ontevredenheid, en ontstaat een roep naar machtige figuren die ‘orde op zaken’ beloven te stellen. De vraag naar verrechtsing schept een voedingsbodem voor autocratische regimes. Machtszoekers zien hun kans in de chaos en onvrede en gaan ‘in de  politiek’ om via populisme de macht te verwerven. Recent onderzoek toont aan dat de meest gefrustreerde burgers zich aan bede extreme kanten van het politieke spectrum bevinden.

3. Derde misvatting: de massa is slimmer dan het individu

Plato bracht het onder onze aandacht: ‘ De democratie geeft de passies de vrije loop, en biedt geen plaats voor de deugd’. Ondanks de beschikbaarheid van deze wijsheid, blijven we het democratisch model in zijn huidige vorm verdedigen. De machtszoeker waarvan hierboven sprake, spelen hier handig op in, en beloven dat ze het systeem kunnen keren. De belofte volstaat naarmate de bevolking wanhopiger wordt, en zij ook niet weet hoe het eigenlijk zou moeten georganiseerd worden. Wie heeft gelijk in de groeiende tegenstellingen tussen links en rechts? Dat wordt een kwestie van gevoel, en eigenbelang. Mensen kiezen hun leiders op basis van hun eigen dominante emoties, waar handig op ingespeeld wordt. Soms komen ze er pas zeer laat achter dat ze door hun verkozenen niet hun doel zullen bereiken, soms zelfs ronduit bedrogen zijn. Want, machtszoekers zijn uit op controle. En die controledrift gaat veel verder dan het algemeen belang. Zeker als het liberale paradigma en de drang naar vrijheid sterk verankerd zitten in de cultuur. En als dan de kennis nog niet aanwezig is om enig tegenargument te bieden, kiest men de foute leiders; veelal op basis van emotioneel gedreven egocentrisme. De emotie van ontevredenheid doet de kiezer kiezen om de controle-emotie van de leiders te dienen.  Als dan de nieuwe machtshebbers ook de scholing reserveren voor de rijken, de pers aan banden te leggen, of universiteiten te dwarsbomen om hun waarheid geen kansen te geven, is het hek van de dam. Het systeem is bezig zichzelf van binnenuit te vernietigen. De VS wijst ons de weg. De meerderheid heeft niet altijd gelijk. Een goed draaiend team kan beter presteren dan een individu, maar op niveau van een land is de macht van de meerderheid misleidend.

De dictatuur van de meerderheid is een stap verder naar de zelfvernietiging. Inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraken zonder uitzicht. Aantallen zijn in een meerderheidsstelsel blijkbaar belangrijker dan kwaliteit.

4. Vierde misvatting: iedereen kan leiding geven

Dit is een ‘knoert’ van een misvatting! Leiderschap vraagt een indrukwekkende basis van kennis (en exponentieel meer naarmate het te leiden systeem complexer wordt), en de wijsheid en maturiteit om een verstandig beleid te voeren. Maar die kennis en wijsheid moet ten dienste zijn van het algemeen belang , en niet voor een achterban of voor zichzelf. Wij zijn blijkbaar (nog?) niet in staat om leiders te installeren op basis van hun kwaliteiten en persoonlijkheid. Dat geeft natuurlijk een zee van ruimte voor de machtszoekers waarvan hierboven sprake. Hoe groter hun achterban op basis van eigenbelang of loze beloften, hoe meer macht ze krijgen. En meer macht voedt de controlebehoefte. De meest sympathieke en beste verhalenverteller haalt de positie binnen, zeker als de kampanje ondersteund wordt met enorme budgetten, uiteraard vanuit de belangengroepen, of vanuit gemeenschappelijke middelen (het toppunt van ironie en zelfbediening!)

Zowel kandidaat leiders als de bevolking algemeen heeft gemiddeld niet de wijsheid en maturiteit die nodig zijn om mee te bepalen hoe een sociaal systeem zou moeten (kunnen) ontwikkeld worden. De manier waarop kinderen opgroeien, zelfs buiten oorlogstoestanden, misbruik, armoede,… is niet van die aard (al vele generaties lang) om deze eigenschappen spontaan en snel genoeg te ontwikkelen om elk individu te laten wegen op het aanstellen van leiders. Ego gericht gedrag en zoeken naar macht blijft de algemene compensatie van onderliggende verstoringen, ook als we ze verzachtend onder de noemer zetten van ‘neurodiversiteit’. We onderschatten schromelijk de emotionele krachten die mensen brengen tot ego-gedreven gedrag.

5. Vijfde vaststelling: Aan beide kanten van het spectrum ontbreekt de nodige ontwikkeling; zowel in kennis, vaardigheden als in maturiteit.

Dat deze vaststelling niet in het systeem is ingebouwd is misschien de grootste misvatting. Niemand ziet graag zijn persoonlijke vrijheid beperkt, maar moet ze dan zo groot en onbeperkt zijn dat iedereen het recht heeft om het algemeen welzijn te saboteren? Hebben we dan zoveel frustratie te compenseren dat het verwerven van macht onze enige bron van hoop is. Zo geraken we wel verslaafd aan de dopamine die gepaard gaat met emotionele bevrediging.

Conclusie: Een vicieuze cirkel holt de democratie uit, ondanks herhaalde historische mislukkingen. Het gebrek aan voldoende ontwikkeling houdt mensen klein, daardoor blijft de persoonlijke maturiteit beperkt, wat leidt tot het nastreven van eigenbelang en macht,  partijvorming en polariteit; door de ontstane chaos wordt de vraag naar macht sterker en de verkeerde mensen springen op de kar, en we hebben geen verweer in onze naïviteit dat iedereen het kan oplossen, mits voldoende macht.

De oplossing is dus niet dat links moet winnen. Hoewel Pfeijffer toegeeft dat een links bewind faalt, gaat hij toch in die richting. (omdat hij zelf links denkt, zoals hij zelf schrijft). Hij verdedigt de democratie als een ideaalbeeld, en dus  verdedigt hij links. Want democratie zou iedereen moeten dienen en dat is wat links propageert, zonder zelf te weten hoe het moet. Democratie en links zijn intuïtief verwant, maar niet in de praktijk. Als je democratisch laat stemmen over de noodzaak en het plan om het klimaatprobleem aan te pakken, wordt het niet opgelost. Dat rechts  de oplossing niet levert is ook duidelijk. De rationele competenties worden overschaduwd door behoefte aan controle. En de controle leidt via populisme tot simplisme, korte termijn focus, materialisme en dikwijls machtsmisbruik.

 Pfeijffer blijft blijkbaar ook hangen in de drie mogelijke regimes (vanuit de geschiedenis), maar ook in het onvermijdelijke links-rechts denken dat zich vastzet in het systeem (meerderheid en oppositie). De basis van het systeem blijft in die benadering ‘leiderschap door MACHT’. En het gebruik van macht maakt elk systeem kwetsbaar en minder productief. En zelfs als we de machten scheiden (wetgevende, uitvoerende, rechterlijke) blijft het macht, met alle gevolgen van dien. Met laag mature mensen aan de leiding is corruptie niet te stoppen. Voorbeelden te over.

Tot slot:

Wie de ernst van de situatie nog niet begrijpt, moet dit boek lezen!

Er moet innovatief gewerkt worden aan een vierde model:  ‘de bestuurlijke democratie’! (zie hugoderkinderen.blogspot.com: ‘De weg naar een bestuurlijke democratie’).

Leiders moeten aangesteld worden op basis van hun bewezen competentie en maturiteit om het algemeen belang te dienen. Dit impliceert dat ze ook de gronden van hun gepolariseerd denken hebben opgeruimd.

Daarvoor is het ook nodig dat we democratie herdefiniëren. De misvattingen moeten eruit anders zijn we gewoon vertrokken voor een nieuw ronde ‘regime wisselen’.

En de noodzaak aan mature leiders wordt duidelijk. Macht wordt dan bevoegdheid, gekoppeld aan verantwoordelijkheid. Laten we daar mee beginnen.

Lees: “De zeven fasen van wijsheid en maturiteit”, - Hugo Der Kinderen, Uitgeverij Witsand, mei 2026

https://bibliotheek.be/catalogus/hugo-der-kinderen/de-zeven-fasen-van-wijsheid-en-maturiteit-een-handleiding-voor-leidinggevenden-beleidsmakers/library-marc-vlacc_10585038

 

Hugo Der Kinderen

Mei 2026

Geen opmerkingen: