vrijdag 1 mei 2026

68. Professionals die werken met 'maturiteit'

 downloaden


Professionals die werken met het concept maturiteit

1 mei 2026

Wie beroepsmatig bezig is met het begeleiden van mensen en organisaties heeft met het model van ‘maturiteitsontwikkeling ‘een stevig instrument beschikbaar.

Een aantal van dergelijke professionals heeft zich in deze zin verbonden om het model als een hefboom te gebruiken voor menselijke ontwikkeling. Uiteraard als aanvulling op hun bestaande werkwijze en  expertise.

Deze mensen vormen ook een permanent informeel netwerk om in onderlinge dialoog het concept en de praktische toepassing verder te ontwikkelen.

Interesse om aan te sluiten?  Contacteer hugo.der.kinderen@gmail.com

Eddy Claesen

Accountant-belastingconsulent (ITAA) – familiaal bedrijfsadviseur – bemiddelaar
‘Niet alles wat geteld kan worden telt en niet alles wat telt kan geteld worden’

Eddy Claesen begeleidt al meer dan 20 jaar familiebedrijven in sleutelmomenten zoals opvolging, overdracht en samenwerking tussen generaties. Vanuit zijn achtergrond als accountant én bemiddelaar combineert hij scherpe financiële en fiscale expertise met een fijngevoelig begrip van wat er onder de oppervlakte speelt in families.

Hij gelooft dat duurzame oplossingen pas ontstaan wanneer zowel de cijfers als de relaties kloppen — want niet alles wat telt, kan worden geteld. Net in die verbinding maakt hij voor veel ondernemers het verschil.

‘Het verschil zijn dat voor u het verschil maakt!’

Specialisatie: familiale opvolging, conflictbemiddeling, waardering en overdracht van ondernemingen
Regio: Vlaanderen (focus Limburg)
Contact: 
www.eddyclaesen.be | www.claesen.be

 

Kristin Mertens (DEADIDA)

“Bewust Leven. Verbonden Leiden.”

Kristin Mertens brengt meer dan twintig jaar ervaring in het begeleiden van organisaties doorheen transformaties, met een bewezen vermogen om strategie, structuur en mensen op elkaar af te stemmen. Haar expertise omvat bestuurservaring en het samenwerken met raden van bestuur, evenals operationeel leiderschap, waaronder organisatieontwerp, strategievorming, coaching en change management. … Hiermee helpt zij leiders en teams om te floreren in complexe omgevingen. Met een sterke focus op mens en leiderschapsontwikkeling, teamdynamieken en cultuurverandering ondersteunt zij organisaties niet alleen bij het bepalen van hun doelstellingen, maar ook bij het opbouwen van de capaciteiten en mindset die nodig zijn om die doelstellingen te realiseren. Ondernemers, leiders en collega’s waarderen haar helikopterzicht, dat haar in staat stelt langetermijnstrategie te verbinden met concrete, haalbare oplossingen en zo duurzame impact te creëren op alle niveaus van de organisatie. Duurzame verandering ontstaat wanneer bewustzijn, verantwoordelijkheid en verbinding samenkomen. Met een scherpe, analytische geest en een warme, betrokken stijl helpt zij leiders en teams om conflicten om te buigen, eerlijke afspraken te maken en duurzame structuren uit te tekenen.

Specialisatie: Leiderschap | Executive & Team coaching  | Bemiddeling & Gespreksfacilitatie

Regio: Vlaanderen (focus Antwerpen & Limburg)

Contact: kristin.mertens@flyconsult.eu | www.flyconsult.eu

Lindsy Metten    

Praktijk voor integratieve psychotherapeutische begeleiding, coaching én zelfleiderschap.

Onderwijsprofessional en integratief psychotherapeut.

Wat is er meer inspirerend dan een beeld waarbij je gedachten meteen verglijden naar een taal die met en zonder woorden vertelt hoe je naar het leven kijkt en van betekenis wil zijn?

Het beeld van het pad, de brug en de vuurtoren weerspiegelen voor mij de fundamenten.   


Het pad symboliseert voor mij het proces, samen onderweg om te ontdekken en te vinden.

De brug voor verbinding, het contact met anderen om deel uit te maken van de reis.

Met de vuurtoren als baken, als het ware een licht waartoe je je aangetrokken en veilig voelt.

Het zijn deze ankers die uitnodigen om samen te verbreden en te verdiepen in de zoektocht naar het verborgen potentieel, kansen om te ontwikkelen, het blikveld te verruimen en bewustwording te creëren.

 

Michel van Even (INTEGRID)

Helderheid creëren waar het vastloopt. Ruimte maken voor gedragen beweging.

Integrid is gegroeid vanuit meer dan dertig jaar ervaring in uiteenlopende sectoren en leidinggevende rollen binnen multinationals, KMO’s en familiebedrijven, gedragen door het inzicht dat achter elk rationeel vraagstuk een menselijke en relationele laag schuilt. Precies die laag bepaalt hoe beslissingen tot stand komen, hoe teams samenwerken en of verandering duurzaam verankerd raakt.

Ik begeleid jonge ondernemers en familiebedrijven op kantelmomenten waar richting en verantwoordelijkheid samenkomen. Vanuit een geïntegreerde benadering van strategie, cultuur, leiderschap, financieel inzicht en operationele werking creëer ik helderheid en ondersteun ik zowel de groei van de onderneming als die van de mensen die haar leiden.

Als begeleider en sparringpartner breng ik rust waar het complex wordt en scherpte waar keuzes nodig zijn — soms door te vertragen om beter te zien wat er echt speelt.

Regio: Vlaanderen
Contact: 
www.integrid.be | michel.vaneven@integrid.be


Mil Rosseau

Mensen bevrijden van hun zelfopgelegde harnassen

Mil Rosseau is de 'eminence grise’ bij BIRD, het Business Institute for ReDecision.  Hij brengt 40 jaar internationale ervaring mee om mensen te helpen hun autonomie te herwinnen. Hugo zou allicht zeggen: “Hun maturiteit te ontplooien”. 

Gebaseerd op Mil zijn werk in diverse culturen is het zijn passie om Herbeslissen verder op de kaart te zetten.  Kwantitatieve en kwalitatieve research aan de VUB en Salford University (UK) tonen in woorden en cijfers de via Herbeslissenaanpak  verhoogde  maturiteit aan.

Ik ben blij dat ik mijn steentje mag bijdragen aan het enorme werk van Hugo om zulke diverse denkkaders en bronnen te integreren tot een werkbaar geheel.

Specialisatie: Helpen herstellen van verstoorde relaties

 

Regio: Internationaal (maar ook graag in Aantwaarpe)

Contact: mil@autonoom.com. / https://www.linkedin.com/in/milrosseau/?locale=edit /

https://www.linkedin.com/company/71247318/admin/dashboard/

 

mil rosseau (‘autonoom’)

Dekenijstraat 8 app. 0102

B 9080 Lochristi

Belgium

 

Veerle Herst (ARTERIA)

 

Organisatiecoach in de zorg- en dienstensector

Sr Consultant innovatieve arbeidsorganisatie

Regio: Oost- en West Vlaanderen

 

www;arteria.be

0496/266 183

 

vrijdag 20 februari 2026

67. Is maturiteit een duurzame remedie tegen stress?

downloaden

Mensen die stress ervaren gaan in een soort emotionele alarmsituatie. De oorzaak zit in een spanning die ontstaat tussen de persoon zelf en de omgeving of de realiteit. Die spanning lijkt bovendien bedreigend te zijn voor de persoon. En dat is begrijpelijk. De omgeving kunnen we niet altijd zomaar veranderen om ze aan onze eisen en verwachtingen te laten voldoen. En de feiten zeker niet, hoe goed we ook onze best doen door dingen anders te zien dan ze zijn.

Het individu komt al snel in een situatie van machteloosheid, waar defensieve emoties als remedie actief worden. Emoties zijn immers een waarschuwingssysteem dat onze identiteit bedreigd wordt, in welk opzicht dan ook. Dat is een biologische erfenis. De ‘vecht-vlucht-bevries’ reflex wordt actief. Emotionele voldoening (troost?) zoeken is een mogelijke reactie. In dat geval gaat de persoon op zoek naar het geluks-hormoon dopamine om de bedreiging te compenseren met een goed gevoel. Dat gevoel is te vinden in ontspanning, snoepen, afleiding, positieve feedback,…Maar dopamine zoeken werkt verslavend. Het effect is kortstondig en doet daarom verlangen naar meer. Het is alsof je gaat schuilen onder en papieren paraplu. Het helpt even, maar als de paraplu doorweekt is, werkt het niet meer.

Enerzijds kan dus ook een strijdmodus ontstaan. Maar vechten brengt ons in een toestand van bewustzijnsvernauwing (eenzijdigheid) en overdrijving. Naarmate de bedreiging sterker wordt ervaren, zal onze reactie ook scherper en sterker worden. Er ontstaat ongetwijfeld sociale schade, maar daar houden we op dat ogenblik geen rekening mee. Dit is dus ook niet duurzaam.

Tot zover wat we weten over de oorzaken en gevolgen. We blijven hangen in symptoombestrijding en dat is eens te meer geen oplossing ten gronde. Wie het vermogen heeft om te reflecteren zodra er een beetje mentale rust ontstaat, kan inzicht verwerven. En dat inzicht is nodig om een blijvend effect van weerbaarheid te bereiken.

Terug naar de spanning tussen persoonlijke noden en omgeving. Om op een structurele manier minder last te hebben van deze spanning moeten we kijken naar de beide kanten. Het inzicht  zou moeten ontstaan in welke mate ik zelf oorzaak ben van de spanning, en dus ook een deel van de oplossing kan zijn. Even goed kan de omgeving de oorzaak zijn, en moeten we leren om daar mee om te gaan.

Hoe kan je zelf oorzaak zijn van de spanning? Zeker wanneer ze zich frequent voordoet, is een zelfanalyse aan de orde. Naarmate we meer zelfkennis hebben, kunnen we oordelen op welke manier we zelf aan de oorsprong liggen. Onze bestaande persoonlijkheid (onze ‘persona’ volgens Carl Jung) is vooral ontstaan buiten onze wil. Onze genetica en opvoedingscontext hebben ons gemaakt tot wie we zijn. We zijn daar niet schuldig aan, maar misschien wel aan zet. Ook als onze ‘persona’ opgezadeld zit met kwetsuren, gevoeligheden en gedragspatronen die we ontwikkeld hebben om te verhinderen dat we onszelf zouden verloochenen, is dit ons aandeel. Volgens Carl Jung is het meest afschrikwekkende voor een mens is om kennis te maken met de eigen schaduwkant. En dat lijkt meestal zo te zijn. En dat verklaart waarom mensen met weinig zelfkennis een hekel hebben aan feedback en tegenspraak en zich liever bedienen van leugens en manipulatie om overeind te blijven.

Zelfkennis is de eerste fase van maturiteitsgroei. Naarmate die toeneemt leren we iets van feedback, want we herkennen de inhoud van de boodschap als relevant. Als we dan ook een gezond zelfvertrouwen ontwikkeld hebben omdat we hebben leren vertrouwen op onze sterke kanten, ligt de weg open voor het aanvaarden van onze minder goede kanten. En na die aanvaarding kan er aandacht gaan naar het herstel van de negatieve kanten die onze opvoeding heeft meegebracht. De weg naar ontwikkeling ligt open.

Deze benadering illustreert hoe onze groei in maturiteit ons helpt om het eigen aandeel in het opbouwen van stress kan aangepakt worden. Misschien heb je onvoldoende zicht gehad op je eigen competenties om belangrijke keuzen te maken, en was je meer bezig met je compenserende drijfveren vanuit je ‘persona’? Sommige beroepskeuzen gaan op deze manier stress veroorzaken, en pas na een heel lange tijd tot het nodige inzicht leiden.

Maar de context is ook deel van de stress-spanning. En daar moeten we leren mee om te gaan. In onze verdere ontwikkeling van maturiteit worden we sterker en realistischer om met het versterkte zelfbeeld sociaal constructievere gedragspatronen te ontwikkelen. Dat omhelst zeker een gedoseerde assertiviteit, maar ook een bescheidenheid als dat nodig en opportuun lijkt. Die openheid is nodig om relativeringsvermogen te ontwikkelen en feiten (de waarheid) onder ogen te zien. Dat overwint het ‘extern toeschrijvingsgedrag’ dat typerend is voor lagere maturiteit. Relativeren helpt ons om het echte belangrijke te onderscheiden van het bijkomstige. Je draagvermogen om te functioneren in een imperfecte wereld wordt groter en constructiever. Je eigen identiteit is sterk genoeg om niet beschadigt te worden door deze imperfecties.

Maar als de context je eigen ontwikkeling verhindert, is het ook tijd voor actie. Dit is het geval als je een gebrek aan zingeving ervaart. Want dat is de norm om te worden wie je wil en kan zijn. Daar zit het geluk, niet in de dopamine die door compensatiegedrag wordt geproduceerd. Als dit duidelijk wordt heb je ook geen probleem met het nemen van drastische beslissingen in je leven. Je zit zelf aan het stuur en het is niet je verleden dat bepaalt waar je naartoe gaat. Je bepaalt het zelf, op basis van (zelf)inzicht.

Samengevat: het proces van maturiteit leert ons de beide kanten van de stress te onderzoeken en er lering uit te trekken. Onze eigen ontwikkeling maakt ons weerbaar, maar ook wijzer, positiever en gelukkiger om in het leven te staan.

In mijn boek ‘De zeven fasen van wijsheid en maturiteit’ beschrijf ik het proces van maturiteitsontwikkeling. Ik sta stil bij de oorzaken en gevolgen van beperkte maturiteit, de mogelijkheden van de ontwikkeling en de stapsgewijze weg daar naartoe. Ik geef ook 36 praktische oefeningen die je doorheen deze fasen kunnen loodsen. Deze visie is ontwikkeld na jarenlange ervaring in het begeleiden van mensen en organisaties en de nodige literatuur waar ik een degelijke wetenschappelijke toetsing heb gezocht.

Zie verder op ‘hugoderkinderen.blogspot.com’

Hugo Der Kinderen (Februari 2026)

zondag 1 februari 2026

66. Vrijheid van onderwijs als een strategisch vraagstuk

 


downloaden

De vrijheid van onderwijs in België wordt gegarandeerd door Artikel 24 van de Grondwet.

Kernprincipes:

  • Recht op oprichting: Iedereen mag een school oprichten, zij het onder bepaalde voorwaarden voor erkenning en subsidiëring.
  • Keuzevrijheid ouders: Ouders kunnen kiezen tussen officieel onderwijs (door de gemeenschap georganiseerd) en vrij onderwijs, met verschillende pedagogische en levensbeschouwelijke projecten
  • Gelijkwaardigheid: Alle scholen, zowel officieel als vrij, moeten voldoen aan minimale kwaliteitsnormen om erkend te worden en subsidies te ontvangen, wat zorgt voor gelijkwaardige diploma's.
  • Neutrale overheid: De gemeenschappen (zoals de Vlaamse) richten neutraal onderwijs op, maar moeten de vrijheid van het vrij onderwijs respecteren, inclusief confessioneel onderwijs. 

Met een ambitieuze en daadkrachtige minister van onderwijs zien we een sterk beleid in de richting van uniformiteit en controle ontstaan. Het lijkt een beetje op crisismanagement. Zelfs de vrijheid van onderwijs wordt recent in vraag gesteld. Daarom is een strategische benadering een absolute noodzaak om de toekomst van ons onderwijs niet op de helling te zetten. Naast het Vlaamse ministerie van onderwijs zijn het officieel onderwijs (GO! + Provinciaal & gemeentelijk) en het Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV) zijn de hoofdrolspelers in dit debat. Het aantal leerlingen in beide zuilen is respectievelijk 403.000 en 754.000. Dat geeft een ‘marktaandeel’ van respectievelijk +/- 34,8 en 65,2 %.

Het ROK (Referentiekader voor onderwijskwaliteit) van het Vlaams ministerie van onderwijs geeft de beoogde kwaliteitscriteria voor de scholen. Op het vlak van ‘begeleiden’ vinden we in het ROK de volgende bepalingen:

-          Het schoolteam biedt begeleiding zowel op het vlak van leren en studeren, onderwijsloopbaan, psychisch en sociaal functioneren als preventieve gezondheidszorg

-          Het schoolteam biedt elke lerende een passende begeleiding met het oog op gelijke onderwijskansen

-          De school ontwikkelt en voert een doeltreffend beleid met het oog op de fysieke en mentale veiligheid van de leef-, leer- en werkomgeving

ZIE: https://www.vlaanderen.be/onderwijsprofessionals/organisatie-en-administratie/onderwijskwaliteit/kwaliteitsvol-onderwijs-aanbieden/referentiekaders-voor-onderwijskwaliteit/referentiekader-voor-onderwijskwaliteit-het-ok)

Onderwijskwaliteit vereist aandacht voor twee fundamentele aspecten: de inhoudelijke opdracht (overdracht van kennis) en de persoonlijke begeleiding (de drie hierboven aangestipte aspecten uit het ROK). De kwaliteitseisen over begeleiding zijn behoorlijk vaag en breed geformuleerd. En dat hoort zo, in het kader van de vrijheid die beoogd wordt.

De echte kwaliteit van onderwijs, wordt dus in de praktijk geconcretiseerd door het schoolbeleid, maar ook door het beleid dat de scholen aanstuurt. De hoofdrolspelers KOV en Officieel Onderwijs drukken dus hun stempel; maar ook het ministerie dat toekijkt op de kwaliteit. De pedagogische visie van deze drie actoren is zeer belangrijk.    

Op de website van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV) lezen we de volgende visie op kwaliteit van onderwijs.

1.      We vertrekken vanuit de emancipatorische kracht van onderwijs. Met onze inclusieve aanpak maken we met ons netwerk het verschil. Onze christelijke inspiratie is het fundament en de drijvende kracht achter de doelen van kwaliteitsvol onderwijs: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming.

2.      We vertrouwen op de deskundigheid van iedereen binnen ons netwerk. We delen, ondersteunen en versterken deze expertise, telkens inspelend op nieuwe uitdagingen die de samenleving aan ons onderwijs stelt.

3.      Verbinding staat centraal. We organiseren ons zodanig dat samenwerking zowel elk lid als het collectief beter maakt. We bouwen partnerschappen uit om vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid antwoorden te bieden op maatschappelijke ontwikkelingen.

4.      We zijn overtuigd van het belang van de vrijheid van onderwijs. Vanuit die overtuiging behartigen we onze belangen op alle maatschappelijke en politieke niveaus.

 

ZIE: https://www.katholiekonderwijs.vlaanderen/missie-en-visie

 

Op de website van het gemeenschapsonderwijs (GO!) Lezen we volgende visie:

 

Drie didactische interventies uitgelicht

De bouwstenen ‘doelgerichte differentiatie’, ‘werken aan zelfregulerende competenties’ en ‘samen leren’, zijn niet nieuw. Het zijn didactische interventies die deel uitmaken van zowel de basis-, leergebied- als vakdidactiek. Ze staan er niet naast of boven. We lichten deze drie eruit omdat diverse metastudies (o.a. Hattie en Education Endowment Foundation) aantonen dat ze tot extra leerwinst leiden als ze juist worden ingezet. Toenemende digitalisering biedt ons hierbij bijkomende kansen. Expertise en expertise-opbouw bij de onderwijsprofessional zijn belangrijk.

Ook zijn we ervan overtuigd dat deze drie interventies een antwoord bieden op de grote diversiteit aan onderwijs- en zorgnoden bij onze lerenden. Door extra in te zetten op doelgerichte differentiatie, het aanleren van zelfregulerende vaardigheden en samen leren willen we die gelijke onderwijskansen voor elke lerende realiseren.

Tot slot is de context belangrijk. De focus op wetenschappelijke onderbouwing is niet los te zien van de waarde die we hechten aan de onderzoekende houding. Omdat elke school anders is, bekijkt elke school hoe zij het wetenschappelijk onderzoek toepast met haar leerlingenpopulatie, in haar demografische context en met haar lerarenkorps. Elke school maakt een eigen vertaling van ‘gepersonaliseerd samen leren’ waarin de bouwstenen herkenbaar zijn en die in dat opzicht de poolstervisie nastreeft. Tegelijkertijd geeft de school aan hoe ze dit binnen de eigen context wil bereiken.  

 

ZIE: https://pro.g-o.be/themas/over-go/strategisch-plan-go-2030/visieteksten-strategisch-plan/gepersonaliseerd-samen-leren/

En laat nu de pedagogische visie over begeleiding het grote verschil maken in de praktische resultaten, zoals verder wordt aangetoond! Dan is het beleid (schools en boven schools) aan zet om dit aspect professioneel te faciliteren. De praktijkkennis moet in de scholen zitten, en ze zit daar ook. Maar de vraag is of de hedendaagse uitdagingen voor het onderwijs niet aantonen dat de lat een stuk hoger moet liggen. In de beide netten (de hoofdrolspelers) is zeker het bewustzijn aanwezig dat de begeleiding geïntegreerd moet zijn met de inhoudelijke kennisoverdracht (zie mijn onderlijnde stukken in de boven vermelde visieteksten). In beide netten zijn er scholen die dat voortreffelijk nastreven en blijven ontwikkelen; in beide netten zijn ook scholen te vinden die daarin nog een hele weg te gaan hebben. Hoeveel er zijn van elke soort is moeilijk te kwantificeren, en misschien minder relevant. Veel belangrijker is de leersnelheid om de schoolpraktijk te laten aansluiten bij de hedendaagse context. En het verschil moet niet gemaakt worden in de methodiek of intensiteit om inhoud aan te bieden, maar in de gepaste begeleiding. Het spanningsveld dat we nu ervaren zit onder de symptomen die we kennen: schoolmoeheid, watervalsysteem, spijbelen, pestgedrag, agressie, leerkrachtentekort, overbelasting van medewerkers, …

Je kan een prei  niet laten groeien door eraan te trekken!

In het crisismanagement dat we zien ontstaan vanuit de politieke ambitie naar een sterkere kennisfocus (het symptoom), gaat dat duidelijk ten koste van de focus op de begeleiding en de bredere menselijke ontwikkeling. En dat is een fundamentele strategische keuze. Naar mijn stellige overtuiging is het ook een foute keuze. Dit vraagt toelichting.

Om het belang hiervan goed in te schatten, is een kwalitatieve analyse van de actuele onderwijscontext noodzakelijk. Dit heeft te maken met visie en kennis, niet alleen met cijfers. Op basis van een jarenlange ervaring in het begeleiden van organisaties – waaronder scholen-durf ik de volgende fundamentele vaststellingen maken in dit verband:

a)      De maatschappelijke context waarin kinderen en jongeren moeten opgroeien is veel moeilijker geworden.

b)      Deze moeilijkheid wordt veroorzaakt door een hele reeks feitelijke situaties, waaronder zeker:

-       De nieuwe media die jongeren ontijdig en rechtstreeks confronteren met de volle complexiteit van het menselijk bestaan met alle excessen van menselijk gedrag die daarbij horen. De achterliggende doelgerichte beïnvloeding van jongeren in hun denken is bovendien sterk gestuurd door commerciële belangen die bewust verslavend gemaakt worden.

-          Door de steeds hogere eisen aan productiviteit, flexibiliteit, … vanuit de economische omgeving, is het aantal werknemers (ouders) dat kampt met stress en de aanverwante mentale problemen sterk gegroeid.

-          Door het toenemend aantal echtscheidingen en nieuw samengestelde gezinnen wordt de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen dikwijls verstoord.

-          De multiculturele sociale context zet alle direct betrokkenen in onderwijs en opvoeding voor extra uitdagingen.

-          De opleiding van leerkrachten blijft hardnekkig primordiaal gebouwd op vak inhouden

-         

c)      De psychologie van menselijke ontwikkeling heeft recent belangrijke nieuwe inzichten gebracht over de noden van opgroeiende kinderen en de problemen die ontstaan wanneer niet aan deze noden wordt voldaan: neurologie, geestelijke gezondheid, inclusie, …

d)      Een belangrijk inzicht daaruit is dat de veilige binding die kinderen nodig hebben om een autonome persoonlijkheid te ontwikkelen, steeds minder kansen krijgt, en steeds meer mentale aandacht vraagt.

e)      Een basisinzicht in neurologie is ook dat een brein (zeker bij jongeren), dat gedomineerd wordt door emotionele onzekerheid, geen ruimte laat voor concentratie op iets dat gevoelsmatig niet aan hun primaire noden voldoet.

f)        De conclusie is duidelijk: De leerproblemen die op deze manier ontstaan bij een steeds groeiend aantal kinderen en jongeren moeten aangepakt worden. Zonder deskundige begeleiding is ontwikkeling van kennis en vaardigheden onmogelijk.

Door sterker in te zetten op leerinhoud (aanbod versterken en rationaliseren), ten koste van de psychosociale begeleiding, wordt de crisis versneld en verder vergroot. De psychische capaciteit van jongeren om te leren wordt nog meer verwaarloosd dan reeds nu het geval is.

Als vrijheid van onderwijs een kans biedt aan meer geavanceerde pedagogische methodieken, is het een levensnoodzakelijke vrijheid. Anders krijgen we een nivellering naar beneden. Want beide hoofdrolspelers hebben persoonlijke ontwikkeling duidelijk in hun visie gezet. Concreet betekent dit dat met een beleid dat meer op inhoud gericht is en minder pp ‘zorg’, nog minder aandacht en middelen gaan naar de begeleiding en daardoor nog meer jongeren gaan rebelleren, falen en afhaken. Dat doen ze niet omdat ze onbekwaam of van slechte wil zijn, maar omdat ze niet de begeleiding krijgen die hen tot leren moet brengen. De expliciete aansturing van bovenuit (ministerie en koepels) zou minstens de visie, intentie en deskundigheid moeten respecteren waar die aanwezig is. Die aansturing moet ook expliciet meer investeren in kennisontwikkeling over begeleiding. Niet afbouwen, maar ontwikkelen!

Iedereen heeft eigen overtuigingen, en dat is toegelaten. Maar als ze de nodige kennis om een kwalitatief beleid te voeren verdringen, laat het dan over aan anderen (wat zo voorzien is in de grondwet!). Ga dan geen voorbeelden van het eigen gelijk zoeken in een 19de -eeuwse praktijk in een Angelsaksisch land. Ga misschien eens kijken in Finland, met een open geest.

Er is de jongste jaren zwaar ingezet op zorgbegeleiding. En toch hebben we nog een crisis. Dat bewijst niet dat inzetten in zorg de foute keuze was. Dat bewijst misschien wel dat het probleem veel groter en complexer is dan gedacht, en dat er andere methoden en structuren moeten ontwikkeld worden om het aan te pakken. En het betekent vooral dat het sneller moet gaan. Leervermogen, een open geest en betere organisatie is hier essentieel. Het leervermogen in het onderwijs(beleid) lijkt ernstig te kort te schieten!

De oplossing ligt dus zeker niet in het versterken van de operationele greep van het ministerie van onderwijs. Door de politieke insteek zit daar per definitie niet de pedagogische deskundigheid voor kwalitatief onderwijs. Heel wat recente maatregelen hebben een negatief effect op het vermogen van scholen om hun kernactiviteit (begeleiden) te versterken (denk bvb aan de afschaffing van pedagogische studiedagen). En vooral, ze zijn een inbreuk tegen de vrijheid die in de grondwet is vastgelegd.

Samengevat:

-          De vrijheid van onderwijs is een grondwettelijk recht en dus niet zomaar af te schaffen.

-          De vrijheid beperken ten koste van de mogelijkheden van scholen om aan begeleiding te werken, gaat in tegen de eigen kwaliteitscriteria van het ministerie van onderwijs (ROK).

-          De vrijheid beperken door operationele bemoeizucht is contraproductief voor de kwaliteit van ons onderwijs.

 

In mijn recent boek ‘Ontwikkelen naar wijsheid en maturiteit’ wordt het onderwijs als expliciet voorbeeld beschreven van de nood aan ontwikkeling van leidinggevenden (alle niveaus). Het maatschappelijk belang van onderwijs schept een hoge urgentie op dit vlak. En wat is de belangrijkste eigenschap van goede leiders? WIJSHEID en MATURITEIT!

Enkel wijze en mature mensen:

-          Gaan niet op zoek naar het eigen gelijk, maar naar de nodige kennis;

-          ze nemen feedback ernstig en gaan niet in het defensief als een ego-reflex;

-          ze stellen hun overtuigingen in vraag, en accepteren de consequenties;

-          ze reflecteren over hun eigen persoonlijkheid, ook als dat leidt tot confronterende inzichten;

-          ze kijken naar de echte resultaten van hun werk, en lopen voorop in ‘’leren’;

-          ze zijn niet benauwd om van idee te veranderen als dat blijkt nodig te zijn;

-          ambiëren geen posities waarvoor ze objectief de competenties niet hebben;

-          lopen niet mee met een stroming die hun ego dient in plaats van hun opdracht;

-          zijn gericht op bijdragen en niet op zelfbediening;

-          zijn emotioneel intelligent zodat ze de hier beschreven noden van jongeren begrijpen, maar ook hun eigen drijfveren;

-          beslissen niet ‘kort door de bocht’, maar na rijp beraad en met mededogen voor alle betrokken partijen;

-          hebben aandacht voor het hele systeem waarin ze zitten, en niet alleen voor hun eigen belangen en ambities;

-          denken en handelen vanuit waarden, en niet vanuit persoonlijke emoties;

-         

De weg naar maturiteit is een pittige uitdaging, want verbonden met het eigen verleden, maar niet onmogelijk. Het boek geeft een onderbouwde analyse en beschrijft een methodiek voor ontwikkeling, gericht op persoonlijke groei en op teamontwikkeling. Daarom wordt het ook gratis aangeboden (digitaal) aan mensen in ‘onderwijs’ en ‘zorg’.

Zie ‘hugoderkinderen.blogspot.com’

Hugo Der Kinderen

Januari 2026

maandag 26 januari 2026

65. Drijfveren van klimaatontkenners

 downloaden 

Het blijft een prangend vraagstuk waarom klimaatontkenners in het verzet blijven staan tegen de noodzakelijke veranderingen. En ze doen dat met veel energie en overtuiging. Een kort antwoord zou kunnen zijn: ‘omdat hun ego-behoeften primeren’. Maar dat vraagt iets meer toelichting, vooral als we zoeken naar oplossingen. En die zijn nodig, want goed geïnformeerde mensen voelen een groeiende klimaaturgentie en ervaren dat ondanks hun argumentatie vanuit feiten en cijfers, de weerstand hardnekkig blijft. En dit verzet zit ook heel sterk bij mensen in een leidinggevende positie, en die blijven daardoor een scharnierpunt in de blokkering van verandering.

Ego-behoeften primeren omdat ons natuurlijk alarmsysteem (emotionele behoeften) het gedrag bepalen tegen alle feiten in. Eenzijdigheid en overdrijving zijn het gevolg. Bewijzen en objectieve argumenten hebben geen verweer tegen de belangrijke ‘zuchten’ die reeds door Immanuel Kant werden beschreven als saboteurs van verantwoordelijk gedrag: de hebzucht, de eerzucht en de heerszucht. Een goed observator zal geen moeite hebben met de toevoeging van nog twee zuchten die hier meespelen: de gemakzucht en de sensatiezucht. Als menselijk gedrag sterk gedomineerd wordt door deze drijfveren, drukken zij het gezond verstand en de zin voor verantwoordelijkheid naar de achtergrond. Een beroep doen op constructieve drijfveren wordt niet alleen als irrelevant ervaren, maar zelfs als storend en irritant. De weerstand ertegen gaat ook dikwijls gepaard met een verhoogde graad van emotie, wat erop duidt dat men zich in het defensief gedrukt voelt. Het (bestaande) ego wordt bedreigd, en de emotionele ‘defensie’ treedt in werking. Observeer je sociale omgeving, en de voorbeelden springen in het oog!

Wat voedt deze zuchten? Waar halen ze hun schijnbaar eindeloze energie? Het antwoord wordt steeds duidelijker en steeds beter wetenschappelijk gedocumenteerd. Een mens is verstandelijk en mentaal niet ‘af’ als hij geboren wordt. Slechts rond de leeftijd van 25 à 30 zijn de hersenen dermate ontwikkeld dat zelfstandig denken, volgens de individueel overgeërfde genetica, technisch beschikbaar is. Dit geeft de mogelijkheid tot het beheersen van complexiteit, feiten combineren en betekenis geven, doelgericht handelen met inzicht, reflectie en doelgericht leervermogen ontwikkelen. Dat handelen met inzicht en verantwoordelijkheid deze capaciteit nodig heeft moge duidelijk zijn.  Maar tegen de tijd dat die capaciteit ten volle tot biologische bloei is gekomen, hebben mensen een hele (lange) opvoedingscontext moeten verwerken. De fundamentele behoeften die daar levensbepalend zijn moeten ‘voldoende’ voldaan worden. De belangrijkste behoefte is ‘veilige verbinding’. Slechts dan kan de persoonlijkheid zich ontwikkelen volgens de individuele ambities en gebaseerd op de natuurlijke talenten. Indien die veilige (sociale) verbinding niet ontstaat, blijven de eraan verbonden behoeften zich manifesteren in het dagelijks leven. Telkens de nieuwe sociale context conflicteert met deze onvervulde behoeften, komt het emotiesysteem in werking als een bescherming tegen nieuwe mentale beschadiging. De ego behoeften dringen zich op, en de genoemde ‘zuchten’ zijn daarvan de uitingen. Uiteraard wegen die ‘zuchten’ meer door dan aandacht voor lange termijn denken en verantwoordelijkheid voor iets anders dan het eigen mentaal en emotioneel behoud. Hoe zwakker de mentale stabiliteit van een mens, hoe sneller en sterker deze defensie werkt.

 

Mentale stabiliteit krijgen we niet bij onze geboorte mee, die wordt ontwikkeld in de loop van ons leven, gebaseerd op de basis die gelegd is in de eerste 25 jaar. Dat is een groeiproces naar persoonlijke ontwikkeling.

 

In mijn recent boek (‘Ontwikkelen naar wijsheid en maturiteit’) beschrijf ik dit natuurlijk proces uitvoerig, onderbouwd met wetenschappelijke inzichten uit de literatuur, en getoetst aan mijn eigen beroepservaring als begeleider van organisaties, leiders en medewerkers. Het wordt dan ook duidelijk dat de ‘zuchten’ een verslavend effect hebben, omdat het voldoen van die emotionele behoeften ons een shot dopamine oplevert. Die verslaving (steeds meer en opnieuw ‘laving’ voelen) weerhoudt ons ervan gelukkige mensen te worden. Maar het gedrag dat zich voortdurend opdringt, verknoeit ook ons sociaal functioneren in alle opzichten. Stress en burn-out zijn problemen met de mentale gezondheid die daardoor steeds vaker voorkomen. Ze hebben ook een zware impact op onze fysieke gezondheid, vooral door het voeden van langdurige ziekten die dikwijls geen herkenbare specifieke oorzaak hebben, en moeilijk of niet te behandelen zijn.

Wat is daaraan te doen? Het antwoordt luidt dus: maturiteit ontwikkelen! Dat gebeurt in fasen, geïnspireerd door de natuurlijke groei van wijsheid en maturiteit. Door inzicht te verwerven in wie we geworden zijn door de opgroei-context die we te verwerken kregen start onze werkelijke ontwikkeling met het nodige ‘herstel’ van wat we gemist hebben. Zelfinzicht (hoe confronterend ook) geeft een basis voor realistisch zelfvertrouwen. Op zijn beurt geeft dit het draagvermogen om onze schaduwkanten te erkennen als een obstakel in ons leven. We zijn niet schuldig, maar wel aan zet! Ons reflecterend vermogen zal ons helpen om een keuze te maken tussen ‘geleefd worden’ door ons verleden, of ‘zelf leven’ volgens onze eigen vrije keuze. Zodra die keuze gemaakt is volgt de verandering. Openheid over onze realiteit doet de schaamte verdwijnen; we kunnen onze tekorten openlijk erkennen en onze energie steken in de ontwikkeling van andere gedragspatronen die gebaseerd zijn op feiten, kennis, lange termijn, realisme, mededogen, constructieve resultaten,… Het bereiken van constructieve doelen geeft een ander geluk hormoon vrij: serotonine. Dat is duurzaam en niet verslavend; het is bevestigend voor onze eigenwaarde en schept mentale rust. Deze fase houdt ook in dat we onze overtuigingen kritisch bevragen en aanpassen waar nodig (‘Neuro Linguïstisch Programmeren’). In een laatste fase gaan we op zoek wie we echt willen zijn als persoon. Gebaseerd op een goede zelfkennis, en gewapend met gezond zelfvertrouwen maken we zelf een keuze over de rol die we in de samenleving willen opnemen, zodanig dat voortdurende zelfbevestiging ons gelukkig maakt. Niet de ‘zuchten’ zullen ons dan drijven om tekorten van vroeger te compenseren, maar vrij gekozen constructieve bijdragen voor onze sociale omgeving. Zingeving vervangt verslaving.

Het moge opgemerkt worden dat zelfs behoorlijk mature mensen nog steeds last hebben van verstorende invloeden van de ‘traumasporen’ uit hun ontwikkeling. Dat zal hun drijfveren dan niet zozeer aantasten, maar mogelijk wel de manier waarop ze eraan werken. Persoonlijke onvervulde behoeften blijven dan meespelen en hinderen het doelmatig inzetten van hun persoonlijke energie. Die behoeften hebben ook overtuigingen gecreëerd die het gedrag blijven bepalen. Dus daar moet ook een kritisch onderzoek gebeuren, liefst gevoed door kennis.

Mijn boek beschrijft elk van deze fasen in detail en geeft de lezer 37 oefeningen om stap voor stap het proces naar maturiteitsontwikkeling te realiseren. Dit proces is absoluut noodzakelijk om betere leidinggevenden te ontwikkelen, om mensen een constructieve bijdrage te laten leveren aan maatschappelijke uitdagingen, en om hun eigen levensgeluk te helpen realiseren.

Zie ‘hugoderkinderen.blogspot.com’: ’65. Ontwikkelen naar wijsheid en maturiteit’

Hugo Der Kinderen

Januari 2026

vrijdag 31 oktober 2025

64. BOEK: De zeven fasen van wijsheid en maturiteit




Na een loopbaan van 50 jaar als leidinggevende, lesgever, adviseur, coach,… durf ik een ambitieuze afsluiter de wereld in te sturen Wijsheid en maturiteit zijn eigenschappen die een mens niet alleen gelukkig maken, maar ook productief. Wijze en mature mensen dragen bij aan de kwaliteit van hun omgeving, en worden er zelf beter van. De weg ernaartoe is hobbelig, maar naarmate de leeftijd vordert, zie je meestal ook vooruitgang. Kunnen we die ontwikkeling versnellen door er expliciet aandacht aan te geven? Ik durf te stellen van wel!

Het gebrek aan wijsheid en maturiteit is een bron van stress en de oorzaak van veel ellende in de wereld.

Dit boek beschrijft dat ontwikkelingspad en adviseert in de 7 fasen waarin iemand tot een mature persoon ontwikkelt. Ik heb getracht deze inzichten wetenschappelijk te toetsen door veel literatuur te verwerken en die te leggen naast mijn persoonlijke ervaringen. Het resultaat is een samenhangende synthese van psychologie, pedagogie, neurologie, … en een beetje filosofie. Met 36 praktische oefeningen en opdrachten wordt de lezer uitgenodigd om de geboden inzichten in het eigen leven toe te passen. Je kan het boek gebruiken als een bron van inzichten om je sociale omgeving beter te begrijpen, maar je kan het ook als een werkboek gebruiken, voor jezelf en voor anderen. Sommige hoofdstukken behandelen specifieke consequenties en mogelijkheden voor leidinggevenden, voor de selectie ervan, of voor onderwijs.

Je kan hier een deel van het boek downloaden als kennismaking: de inleiding en de inhoudstafel. Het volledige boek wordt digitaal gratis ter beschikking gesteld voor medewerkers uit de sectoren onderwijs en zorg. Stuur me gewoon een mailbericht met je naam en de instelling waar je werkt, en ik stuur je de link. Het gedrukte boek komt beschikbaar in april 2026, via Bol.com en de ‘betere’ boekhandel.

Ik nodig de lezer uit om feedback te geven in de vorm van vragen, kritiek, suggesties of persoonlijke ervaringen.  Geheel vrijblijvend. Er wordt op geen enkele manier iets gedaan met de gegeven input die de privacy of de belangen van de lezer kan schaden.

 

Veel leesplezier!

hugo.der.kinderen@gmail.com

12 januari 2026

zondag 26 oktober 2025

63. De onderwijscrisis oplossen

downloaden

Onderwijs is een deel van de ontwikkeling van een kind. Maar het is niet de volledige ontwikkeling. Opvoeding omhelst meer dan kennis en vaardigheden verwerven.

Jean Piaget (1896 – 1980)heeft de basis gelegd van een visie op onderwijs vanuit de ontwikkelingsbenadering van het kind. Daarmee werd de eenzijdige benadering van het behaviorisme aangevuld met meer inzichten in de dynamiek van ontwikkeling. Het was maar een begin, en de verdere evolutie ging niet zonder slag of stoot. Wetenschappen hebben zich  sindsdien ontwikkeld onder de sterke invloed van de statistiek. Ook de ontwikkelingspsychologie heeft daaronder geleden. Een kind werd niet meer gezien als individu, maar als een deel van een gemiddelde in een reeks. Op zich is er dus al een correctie nodig om de menswetenschappen te verlossen van deze oppervlakkigheid.(1)

Volgen recente inzichten heeft de heersende onderwijscrisis te  maken met deze ‘exact wetenschappelijk kaping’. Onderwijs moet de ontwikkelingsfasen van het kind volgen; en de focus moet liggen op psychologie om de voorwaarden voor leren te scheppen.

Er is inderdaad in de recente wetenschappelijke ontwikkeling heel wat bijkomende kennis ontstaan waarover de vroege denkers zoals Piaget niet konden beschikken, maar die hun visie sterk onderbouwt en aanvult. (2) (3) (4) (5)

Mijn conclusie is duidelijk: de huidige crisis in het onderwijs wordt veroorzaakt door het negeren van de psychologische omstandigheden die kinderen verhinderen om inhoudelijk te leren en vaardigheden, ook sociale, te ontwikkelen. In recente onderwijshervormingen werden pogingen gedaan om zorgleerkrachten toe te voegen aan het leerproces, maar de resultaten daarvan zijn blijkbaar een druppel op een hete plaat. En statistici dreigen daarom te besluiten dat die inspanningen overbodig zijn, en willen terug naar de enge focus op kennis overbrengen. De nadruk komt dan te liggen op de ontwikkeling van intelligentere systemen om de kennis te verpakken, resultaten te meten en verantwoorde oordelen te vellen. Dat komt erop neer dat men aan de aanbodzijde van kennis blijft investeren, zonder inzicht in de redenen waarom de leercapaciteit van het kind beperkt is.

Een beter onderwijs zal daarom de volgende kenmerken moeten hebben:

-          Het onderwijs staat niet exclusief in het teken van ‘werkkrachten leveren voor de economie’, en zeker niet van de ‘chremastiek’ (de kunst om rijk te worden).

-          De missie van onderwijs is de ontwikkeling van kinderen/  jongeren te maximeren volgens hun genetisch potentieel, ondanks hun sociale context.

-          Naargelang de leeftijd zal de methodiek meer of minder via ‘spel’ moeten verlopen, dwz praktische oefeningen die ervaringsgericht de nodige kennis aanbrengen

-          Projectonderwijs moet de norm worden, en voor minstens de helft het klassikaal onderricht vervangen.

-          Leerkrachten moeten een multidisciplinair team vormen om de projecten te begeleiden, en op het juiste moment de nodige kennis aan te brengen, met onmiddellijke bruikbaarheid in het realiseren van een resultaat.

-          Differentiatie moet de basis zijn. Elk kind is anders, en moet in zijn individualiteit de juiste aandacht krijgen, vooral om de emotionele hindernissen op te ruimen die het leren blokkeren. Het industriële model van standaardisatie van input, methoden, middelen,… moet plaatsmaken voor maatwerk

-          De leersnelheid moet niet meer gestandaardiseerd worden, maar functie zijn van de individuele leercapaciteit.

-          Geen scheiding in opdracht tussen leerkrachten: de ene verkoopt de kennis, de andere doet begeleiding (zorg)

-          Leerlingen moeten van zeer jonge leeftijd inzicht krijgen in emoties en hoe ze er mee kunnen omgaan. Dat grijpt in op de oorzaken van pestgedrag, en op de gevolgen voor de gepeste leerlingen. Emotionele intelligentie moet leerlingen helpen om rust in hun hoofd te creëren, zodat aandacht voor kennis mogelijk wordt.

-          Leerkrachten moeten ook vaardiger worden in emotionele intelligentie om hun coachende rol daarin te kunnen opnemen

-          Leerlingen moeten geclusterd worden in groepen naargelang hun leervermogen, en niet volgens de vakken die voor hen nog in aanmerking komen na de passage door een watervalsysteem. Een intense begeleiding vraagt om kleinere groepen, weinig nood aan begeleiding verantwoordt grotere groepen. Meer behoefte aan begeleiding vraagt om relatief meer projectaanpak.

-         

 

(1)    Taleb Nassim heeft met zijn boek ‘The black swan’ (2007) een overtuigende analyse gemaakt van de beperkingen van de zuiver statistische benadering.

(2)    Daniel Kahneman kreeg voor zijn boek ‘Thinking fast and slow’ ((Ons feilbare denken’) (2013) een nobelprijs. Hij heeft overtuigend aangetoond dat de structuur van onze hersenen verantwoordelijk is voor veel foute overtuigingen en beslissingen. Het onderscheid tussen het snelle brein (stimulus-respons) en het trage brein (pre-frontale capaciteit) verklaart de dominantie van ofwel emoties, ofwel van gezond verstand en ratio. Even terzijde: het behaviorisme was gebaseerd op de observeerbare meerderheid van mensen die gedomineerd werden door het stimulus-respons gedeelte van hun brein.

(3)    Walter Mischel heeft het beschikbare wetenschappelijk onderzoek over de rol van emoties in de kindertijd samengevat. De opvallende conclusie is dat het rationele vermogen door emotionele druk wordt bedreigt, en zelfs wordt geremd in zijn ontwikkeling. De hedendaagse kinderpsychiatrie heeft deze visie aanvaard als een basis voor behandeling. Getuige daarvan is een filmpje op Youtube van kinderarts Peter Adriaensen over de invloed van kindermishandeling op de ontwikkeling van het brein.

(4)    Daniel Goleman heeft de emotionele intelligentie op de wetenschappelijke kaart gezet. (Emotionele Intelligentie – 1996). Hij heeft meer recent een weekseminarie samengevat waaraan naast de DALAI Lama ook een zevental westerse top wetenschappers in gedragswetenschappen deelnamen (Destructieve emoties – 2003). Dit seminarie is de aanleiding geweest om in de VS een programma te ontwikkelen om in scholen emotionele intelligentie te ontwikkelen bij kinderen, als een verweersysteem tegen de emotionele druk die ze te verwerken krijgen.

(5)    Bessel van der Kolk heeft met zijn boek ‘The body keeps the score’ (‘Traumasporen’-2013) de wetenschappen wakker geschud met het resultaat van zijn hele carrière onderzoek en ervaring over de invloeden van vroege levenservaringen op het menselijk functioneren. De conclusies zijn overweldigend. In de hele gamma tussen oorlogsveteranen en mensen die ogenschijnlijk succes hebben in hun carrière veroorzaken de sporen van lichte of zware trauma’s onnoemelijk veel menselijk leed en beperkingen in het normaal functioneren. Leren is onmogelijk als emoties het brein domineren.