zondag 1 februari 2026

K65. Vrijheid van onderwijs als een strategisch vraagstuk

 


downloaden

De vrijheid van onderwijs in België wordt gegarandeerd door Artikel 24 van de Grondwet.

Kernprincipes:

  • Recht op oprichting: Iedereen mag een school oprichten, zij het onder bepaalde voorwaarden voor erkenning en subsidiëring.
  • Keuzevrijheid ouders: Ouders kunnen kiezen tussen officieel onderwijs (door de gemeenschap georganiseerd) en vrij onderwijs, met verschillende pedagogische en levensbeschouwelijke projecten
  • Gelijkwaardigheid: Alle scholen, zowel officieel als vrij, moeten voldoen aan minimale kwaliteitsnormen om erkend te worden en subsidies te ontvangen, wat zorgt voor gelijkwaardige diploma's.
  • Neutrale overheid: De gemeenschappen (zoals de Vlaamse) richten neutraal onderwijs op, maar moeten de vrijheid van het vrij onderwijs respecteren, inclusief confessioneel onderwijs. 

Met een ambitieuze en daadkrachtige minister van onderwijs zien we een sterk beleid in de richting van uniformiteit en controle ontstaan. Het lijkt een beetje op crisismanagement. Zelfs de vrijheid van onderwijs wordt recent in vraag gesteld. Daarom is een strategische benadering een absolute noodzaak om de toekomst van ons onderwijs niet op de helling te zetten. Naast het Vlaamse ministerie van onderwijs zijn het officieel onderwijs (GO! + Provinciaal & gemeentelijk) en het Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV) zijn de hoofdrolspelers in dit debat. Het aantal leerlingen in beide zuilen is respectievelijk 403.000 en 754.000. Dat geeft een ‘marktaandeel’ van respectievelijk +/- 34,8 en 65,2 %.

Het ROK (Referentiekader voor onderwijskwaliteit) van het Vlaams ministerie van onderwijs geeft de beoogde kwaliteitscriteria voor de scholen. Op het vlak van ‘begeleiden’ vinden we in het ROK de volgende bepalingen:

-          Het schoolteam biedt begeleiding zowel op het vlak van leren en studeren, onderwijsloopbaan, psychisch en sociaal functioneren als preventieve gezondheidszorg

-          Het schoolteam biedt elke lerende een passende begeleiding met het oog op gelijke onderwijskansen

-          De school ontwikkelt en voert een doeltreffend beleid met het oog op de fysieke en mentale veiligheid van de leef-, leer- en werkomgeving

ZIE: https://www.vlaanderen.be/onderwijsprofessionals/organisatie-en-administratie/onderwijskwaliteit/kwaliteitsvol-onderwijs-aanbieden/referentiekaders-voor-onderwijskwaliteit/referentiekader-voor-onderwijskwaliteit-het-ok)

Onderwijskwaliteit vereist aandacht voor twee fundamentele aspecten: de inhoudelijke opdracht (overdracht van kennis) en de persoonlijke begeleiding (de drie hierboven aangestipte aspecten uit het ROK). De kwaliteitseisen over begeleiding zijn behoorlijk vaag en breed geformuleerd. En dat hoort zo, in het kader van de vrijheid die beoogd wordt.

De echte kwaliteit van onderwijs, wordt dus in de praktijk geconcretiseerd door het schoolbeleid, maar ook door het beleid dat de scholen aanstuurt. De hoofdrolspelers KOV en Officieel Onderwijs drukken dus hun stempel; maar ook het ministerie dat toekijkt op de kwaliteit. De pedagogische visie van deze drie actoren is zeer belangrijk.    

Op de website van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV) lezen we de volgende visie op kwaliteit van onderwijs.

1.      We vertrekken vanuit de emancipatorische kracht van onderwijs. Met onze inclusieve aanpak maken we met ons netwerk het verschil. Onze christelijke inspiratie is het fundament en de drijvende kracht achter de doelen van kwaliteitsvol onderwijs: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming.

2.      We vertrouwen op de deskundigheid van iedereen binnen ons netwerk. We delen, ondersteunen en versterken deze expertise, telkens inspelend op nieuwe uitdagingen die de samenleving aan ons onderwijs stelt.

3.      Verbinding staat centraal. We organiseren ons zodanig dat samenwerking zowel elk lid als het collectief beter maakt. We bouwen partnerschappen uit om vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid antwoorden te bieden op maatschappelijke ontwikkelingen.

4.      We zijn overtuigd van het belang van de vrijheid van onderwijs. Vanuit die overtuiging behartigen we onze belangen op alle maatschappelijke en politieke niveaus.

 

ZIE: https://www.katholiekonderwijs.vlaanderen/missie-en-visie

 

Op de website van het gemeenschapsonderwijs (GO!) Lezen we volgende visie:

 

Drie didactische interventies uitgelicht

De bouwstenen ‘doelgerichte differentiatie’, ‘werken aan zelfregulerende competenties’ en ‘samen leren’, zijn niet nieuw. Het zijn didactische interventies die deel uitmaken van zowel de basis-, leergebied- als vakdidactiek. Ze staan er niet naast of boven. We lichten deze drie eruit omdat diverse metastudies (o.a. Hattie en Education Endowment Foundation) aantonen dat ze tot extra leerwinst leiden als ze juist worden ingezet. Toenemende digitalisering biedt ons hierbij bijkomende kansen. Expertise en expertise-opbouw bij de onderwijsprofessional zijn belangrijk.

Ook zijn we ervan overtuigd dat deze drie interventies een antwoord bieden op de grote diversiteit aan onderwijs- en zorgnoden bij onze lerenden. Door extra in te zetten op doelgerichte differentiatie, het aanleren van zelfregulerende vaardigheden en samen leren willen we die gelijke onderwijskansen voor elke lerende realiseren.

Tot slot is de context belangrijk. De focus op wetenschappelijke onderbouwing is niet los te zien van de waarde die we hechten aan de onderzoekende houding. Omdat elke school anders is, bekijkt elke school hoe zij het wetenschappelijk onderzoek toepast met haar leerlingenpopulatie, in haar demografische context en met haar lerarenkorps. Elke school maakt een eigen vertaling van ‘gepersonaliseerd samen leren’ waarin de bouwstenen herkenbaar zijn en die in dat opzicht de poolstervisie nastreeft. Tegelijkertijd geeft de school aan hoe ze dit binnen de eigen context wil bereiken.  

 

ZIE: https://pro.g-o.be/themas/over-go/strategisch-plan-go-2030/visieteksten-strategisch-plan/gepersonaliseerd-samen-leren/

En laat nu de pedagogische visie over begeleiding het grote verschil maken in de praktische resultaten, zoals verder wordt aangetoond! Dan is het beleid (schools en boven schools) aan zet om dit aspect professioneel te faciliteren. De praktijkkennis moet in de scholen zitten, en ze zit daar ook. Maar de vraag is of de hedendaagse uitdagingen voor het onderwijs niet aantonen dat de lat een stuk hoger moet liggen. In de beide netten (de hoofdrolspelers) is zeker het bewustzijn aanwezig dat de begeleiding geïntegreerd moet zijn met de inhoudelijke kennisoverdracht (zie mijn onderlijnde stukken in de boven vermelde visieteksten). In beide netten zijn er scholen die dat voortreffelijk nastreven en blijven ontwikkelen; in beide netten zijn ook scholen te vinden die daarin nog een hele weg te gaan hebben. Hoeveel er zijn van elke soort is moeilijk te kwantificeren, en misschien minder relevant. Veel belangrijker is de leersnelheid om de schoolpraktijk te laten aansluiten bij de hedendaagse context. En het verschil moet niet gemaakt worden in de methodiek of intensiteit om inhoud aan te bieden, maar in de gepaste begeleiding. Het spanningsveld dat we nu ervaren zit onder de symptomen die we kennen: schoolmoeheid, watervalsysteem, spijbelen, pestgedrag, agressie, leerkrachtentekort, overbelasting van medewerkers, …

Je kan een prei  niet laten groeien door eraan te trekken!

In het crisismanagement dat we zien ontstaan vanuit de politieke ambitie naar een sterkere kennisfocus (het symptoom), gaat dat duidelijk ten koste van de focus op de begeleiding en de bredere menselijke ontwikkeling. En dat is een fundamentele strategische keuze. Naar mijn stellige overtuiging is het ook een foute keuze. Dit vraagt toelichting.

Om het belang hiervan goed in te schatten, is een kwalitatieve analyse van de actuele onderwijscontext noodzakelijk. Dit heeft te maken met visie en kennis, niet alleen met cijfers. Op basis van een jarenlange ervaring in het begeleiden van organisaties – waaronder scholen-durf ik de volgende fundamentele vaststellingen maken in dit verband:

a)      De maatschappelijke context waarin kinderen en jongeren moeten opgroeien is veel moeilijker geworden.

b)      Deze moeilijkheid wordt veroorzaakt door een hele reeks feitelijke situaties, waaronder zeker:

-       De nieuwe media die jongeren ontijdig en rechtstreeks confronteren met de volle complexiteit van het menselijk bestaan met alle excessen van menselijk gedrag die daarbij horen. De achterliggende doelgerichte beïnvloeding van jongeren in hun denken is bovendien sterk gestuurd door commerciële belangen die bewust verslavend gemaakt worden.

-          Door de steeds hogere eisen aan productiviteit, flexibiliteit, … vanuit de economische omgeving, is het aantal werknemers (ouders) dat kampt met stress en de aanverwante mentale problemen sterk gegroeid.

-          Door het toenemend aantal echtscheidingen en nieuw samengestelde gezinnen wordt de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen dikwijls verstoord.

-          De multiculturele sociale context zet alle direct betrokkenen in onderwijs en opvoeding voor extra uitdagingen.

-          De opleiding van leerkrachten blijft hardnekkig primordiaal gebouwd op vak inhouden

-         

c)      De psychologie van menselijke ontwikkeling heeft recent belangrijke nieuwe inzichten gebracht over de noden van opgroeiende kinderen en de problemen die ontstaan wanneer niet aan deze noden wordt voldaan: neurologie, geestelijke gezondheid, inclusie, …

d)      Een belangrijk inzicht daaruit is dat de veilige binding die kinderen nodig hebben om een autonome persoonlijkheid te ontwikkelen, steeds minder kansen krijgt, en steeds meer mentale aandacht vraagt.

e)      Een basisinzicht in neurologie is ook dat een brein (zeker bij jongeren), dat gedomineerd wordt door emotionele onzekerheid, geen ruimte laat voor concentratie op iets dat gevoelsmatig niet aan hun primaire noden voldoet.

f)        De conclusie is duidelijk: De leerproblemen die op deze manier ontstaan bij een steeds groeiend aantal kinderen en jongeren moeten aangepakt worden. Zonder deskundige begeleiding is ontwikkeling van kennis en vaardigheden onmogelijk.

Door sterker in te zetten op leerinhoud (aanbod versterken en rationaliseren), ten koste van de psychosociale begeleiding, wordt de crisis versneld en verder vergroot. De psychische capaciteit van jongeren om te leren wordt nog meer verwaarloosd dan reeds nu het geval is.

Als vrijheid van onderwijs een kans biedt aan meer geavanceerde pedagogische methodieken, is het een levensnoodzakelijke vrijheid. Anders krijgen we een nivellering naar beneden. Want beide hoofdrolspelers hebben persoonlijke ontwikkeling duidelijk in hun visie gezet. Concreet betekent dit dat met een beleid dat meer op inhoud gericht is en minder pp ‘zorg’, nog minder aandacht en middelen gaan naar de begeleiding en daardoor nog meer jongeren gaan rebelleren, falen en afhaken. Dat doen ze niet omdat ze onbekwaam of van slechte wil zijn, maar omdat ze niet de begeleiding krijgen die hen tot leren moet brengen. De expliciete aansturing van bovenuit (ministerie en koepels) zou minstens de visie, intentie en deskundigheid moeten respecteren waar die aanwezig is. Die aansturing moet ook expliciet meer investeren in kennisontwikkeling over begeleiding. Niet afbouwen, maar ontwikkelen!

Iedereen heeft eigen overtuigingen, en dat is toegelaten. Maar als ze de nodige kennis om een kwalitatief beleid te voeren verdringen, laat het dan over aan anderen (wat zo voorzien is in de grondwet!). Ga dan geen voorbeelden van het eigen gelijk zoeken in een 19de -eeuwse praktijk in een Angelsaksisch land. Ga misschien eens kijken in Finland, met een open geest.

Er is de jongste jaren zwaar ingezet op zorgbegeleiding. En toch hebben we nog een crisis. Dat bewijst niet dat inzetten in zorg de foute keuze was. Dat bewijst misschien wel dat het probleem veel groter en complexer is dan gedacht, en dat er andere methoden en structuren moeten ontwikkeld worden om het aan te pakken. En het betekent vooral dat het sneller moet gaan. Leervermogen, een open geest en betere organisatie is hier essentieel. Het leervermogen in het onderwijs(beleid) lijkt ernstig te kort te schieten!

De oplossing ligt dus zeker niet in het versterken van de operationele greep van het ministerie van onderwijs. Door de politieke insteek zit daar per definitie niet de pedagogische deskundigheid voor kwalitatief onderwijs. Heel wat recente maatregelen hebben een negatief effect op het vermogen van scholen om hun kernactiviteit (begeleiden) te versterken (denk bvb aan de afschaffing van pedagogische studiedagen). En vooral, ze zijn een inbreuk tegen de vrijheid die in de grondwet is vastgelegd.

Samengevat:

-          De vrijheid van onderwijs is een grondwettelijk recht en dus niet zomaar af te schaffen.

-          De vrijheid beperken ten koste van de mogelijkheden van scholen om aan begeleiding te werken, gaat in tegen de eigen kwaliteitscriteria van het ministerie van onderwijs (ROK).

-          De vrijheid beperken door operationele bemoeizucht is contraproductief voor de kwaliteit van ons onderwijs.

 

In mijn recent boek ‘Ontwikkelen naar wijsheid en maturiteit’ wordt het onderwijs als expliciet voorbeeld beschreven van de nood aan ontwikkeling van leidinggevenden (alle niveaus). Het maatschappelijk belang van onderwijs schept een hoge urgentie op dit vlak. En wat is de belangrijkste eigenschap van goede leiders? WIJSHEID en MATURITEIT!

Enkel wijze en mature mensen:

-          Gaan niet op zoek naar het eigen gelijk, maar naar de nodige kennis;

-          ze nemen feedback ernstig en gaan niet in het defensief als een ego-reflex;

-          ze stellen hun overtuigingen in vraag, en accepteren de consequenties;

-          ze reflecteren over hun eigen persoonlijkheid, ook als dat leidt tot confronterende inzichten;

-          ze kijken naar de echte resultaten van hun werk, en lopen voorop in ‘’leren’;

-          ze zijn niet benauwd om van idee te veranderen als dat blijkt nodig te zijn;

-          ambiëren geen posities waarvoor ze objectief de competenties niet hebben;

-          lopen niet mee met een stroming die hun ego dient in plaats van hun opdracht;

-          zijn gericht op bijdragen en niet op zelfbediening;

-          zijn emotioneel intelligent zodat ze de hier beschreven noden van jongeren begrijpen, maar ook hun eigen drijfveren;

-          beslissen niet ‘kort door de bocht’, maar na rijp beraad en met mededogen voor alle betrokken partijen;

-          hebben aandacht voor het hele systeem waarin ze zitten, en niet alleen voor hun eigen belangen en ambities;

-          denken en handelen vanuit waarden, en niet vanuit persoonlijke emoties;

-         

De weg naar maturiteit is een pittige uitdaging, want verbonden met het eigen verleden, maar niet onmogelijk. Het boek geeft een onderbouwde analyse en beschrijft een methodiek voor ontwikkeling, gericht op persoonlijke groei en op teamontwikkeling. Daarom wordt het ook gratis aangeboden (digitaal) aan mensen in ‘onderwijs’ en ‘zorg’.

Zie ‘hugoderkinderen.blogspot.com’

Hugo Der Kinderen

Januari 2026

Geen opmerkingen: