donderdag 23 juli 2026

K71.Discipline en kwaliteit in de begeleiding van gedrag

downloaden

In onderwijs, jeugdzorg, maatwerkbedrijven en gelijksoortige organisaties is de leiding dikwijls op zoek naar een pedagogisch gefundeerde begeleiding die de medewerkers zouden moeten respecteren, en die dus de kwaliteit moet schragen. Dat is geen eenvoudige opdracht, maar zeer bepalend voor de professionaliteit van de begeleiding. En aangezien in genoemde organisaties daar de kernactiviteit ligt, moet hier met extra aandacht naar gekeken en aan gewerkt worden. De impact van organisatiecultuur op de organisatie en op haar resultaten wordt geïllustreerd door de gekende uitspraak ‘Structure follows strategy, but culture eats strategy for breakfast’.

Sterk of zwak?

De bestaande begeleidingscultuur kan in de praktijk diverse vormen aannemen, naargelang de onderliggende drijvende kracht. We moeten vooreerst een onderscheid maken tussen een sterke en een zwakke cultuur. Sterk betekent dat een bepaalde werkwijze vrij uniform wordt toegepast, los van de kwaliteit die daarmee gerealiseerd wordt. De cultuur wordt daardoor zeer herkenbaar, en weegt ook zwaar op de werking en de resultaten. Zwak staat voor het tegengestelde: er zijn geen herkenbare kenmerken; de cultuur is moeilijk te beschrijven of te herkennen. Dat komt erop neer dat iedereen in hoge mate z’n zin doet, en dus is chaos het meest opvallende kenmerk. Het spreekt voor zich dat dit geen kwaliteit oplevert aangezien medewerkers in dat geval handelen vanuit hun persoonlijke overtuigingen en psychologische drijfveren. Er is zelfs geen consistente manier van werken bij veel individuele medewerkers; ze wisselen op een onvoorspelbare manier tussen verschillende stijlen van werken. Onderlinge onenigheid verstoort de samenwerking.

Het is algemeen bekend dat mensen in een begeleidende rol, soms aangetrokken worden tot dit beroep vanuit hun eigen profiel van psychische noden en hun mogelijke historiek van tekortkomingen. Men spreekt nogal eens van een eigen ‘rugzak’ die als motivatie werkt om jongeren of volwassenen die het moeilijk hebben, te helpen. De stijl die daarbij gebruikt wordt is niet alleen erg individueel verschillend, maar ook in voorkomend geval sterk bepaald door de eigen rugzak. Deze onderliggende drijfveer geldt uiteraard niet voor alle medewerkers, maar de emotionele energie die ermee gepaard gaat zorgt meestal voor een opmerkelijke invloed op de praktijk. In de mate dat dit fenomeen zich voordoet in een begeleidingsorganisatie wordt dit al snel een bedreiging voor kwaliteit. Leidinggevenden die dit ervaren vinden het dikwijls een van de moeilijkste aspecten van hun opdracht; terecht. Uitgerekend in dit beroep zien we dus dikwijls dat de overal aanwezige individuele verschillen in karakter en overtuigingen nog aangevuld worden met soms vrij extreme stijlen vanuit de verzameling van ‘rugzakken’ die bij de medewerkers aanwezig zijn. Het is duidelijk dat het moeilijk wordt om met een dergelijke cultuur kwalitatief te werken aan het realiseren van de missie van dergelijke organisaties.

 

Sterke culturen

Waar ligt de oplossing? Het lijkt logisch dat er een sterke cultuur moet ontwikkeld worden; consistent en coherent. Hier liggen twee mogelijke pistes voor.

Een eerste mogelijke piste zoekt uniformiteit om de chaos te bestrijden. Met wat zin voor overdrijving kan dit de procedurematige aanpak genoemd worden. De leiding investeert in het formuleren van procedures die de ‘juiste manier van werken’. Niet zelden betreft het dan het resultaat van hun eigen ‘rugzak’, maar hopelijk is er wel een professionele kennisbasis aanwezig. Die procedures werken als voorschriften en streven naar ‘controle krijgen’ op de realiteit om de chaos te bestrijden. Deze werkwijze schept druk vanuit de leiding. Als we het model van Transactionele Analyse erbij halen, herkennen we deze stijl als ‘ouder’-gedrag. Het is voorspelbaar dat medewerkers zich gaan specialiseren om die druk op te vangen door vermijdingsgedrag. Uitzonderingen worden dan slim geargumenteerd, extern toeschrijvingsgedrag verklaart afwijkingen (het ligt niet aan mij), onjuiste informatie doet z’n intrede (of soms gewoonweg leugens). Kortom, het ‘kind’-gedrag dat door deze stijl van leidinggeven wordt veroorzaakt, zal de echte cultuur worden; plantrekkerij. Dat hier sprake is van een zekere druk is maar een deel van het effect. Een procedure is een werkwijze die door anderen dan de uitvoerder werd bedacht, en vooraf aan de feiten. Er heeft dus een soort van veralgemening plaats; we creëren geen maatwerk, maar confectie. Dat weegt uiteraard op de kwaliteit. Want in het soort activiteiten waar menselijke ontwikkeling en begeleiding de kerntaak is, moet maatwerk geleverd worden. Als individuele noden worden aangepakt met een standaardoplossing is er geen sprake van maatwerk. Pas dit toe op een bezoek aan een kleermaker om je een maatwerkpak te laten maken, wegens ongewone of moeilijke maten, en je begrijpt dat dit niet goedkomt. Er is ook een derde effect: als je in de plaats van de begeleider beslist, dan zeg je eigenlijk dat deze moet ophouden met nadenken, en dus met het nemen van verantwoordelijkheid voor resultaat. De betrokkenheid met de opdracht zal snel verdwijnen naarmate de druk op volgzaamheid toeneemt. De energie zal eerder gaan naar het vinden van een uitvlucht om niet te doen wat de procedure voorschrijft. Een vierde effect doet zich wat meer op termijn voor: de beste mensen verlaten de organisatie omdat hun competenties niet aan bod komen en omdat ze niet kunnen meewerken aan echte kwaliteit.

Een leiding die zich kenmerkt door zoeken naar controle, uniformiteit, voorspelbaarheid en efficiëntie, zal dikwijls deze effecten creëren door de procedurematige aanpak te kiezen.

De tweede mogelijke piste is de betere oplossing. Het ontwikkelen van een gewenste cultuur, aansluitend bij de missie en strategie, wordt beschreven in ‘K42-Respect voor waarden ontwikkelen’ op hugoderkinderen.blogspot.com. Ik vat hier kort samen.

Waarden zijn richtinggevende concepten die de wenselijke cultuur aangeven. Maar ze zijn vaag; de afstand met het werkelijke gedrag is te groot om impact te hebben. Het formuleren van kernwaarden voor de organisatie volstaat dus niet om de gewenste cultuur te ontwikkelen. Waarden dienen vertaald te worden in concrete principes. Principes schrijven voor (normeren) welk gedrag, aanpak, methode, actie, … zou moeten overwogen worden – in elke situatie - om te handelen volgens de waarden die de gewenste cultuur beschrijven. Slechts één voorbeeld: als ‘RESPECT’ één van de kernwaarden is, dan is het logisch dat een uitvoerend principe is dat vergaderingen op tijd beginnen en op tijd stoppen. Je beschrijft hiermee niet de volledige gewenste vergadercultuur, maar met een tiental principes is dat goed mogelijk. Op deze manier zou pedagogische kennis moeten vertaald worden in een kader dat normerend werkt voor het gedrag van begeleidende medewerkers.

Om deze principes vast te leggen zou men moeten vermijden om dit te doen vanuit de ‘ouder-modus’, dus top-down. Het zouden afspraken moeten zijn die op een ‘volwassen’ manier (Transactionele Analyse’) gemaakt worden tussen alle betrokkenen. Hiervoor staat ons de ‘trechtertechniek’ beschikbaar als inspraakmethode. Zie hiervoor ‘K51-Trechterttechniek’ op hugoderkinderen.blogspot.com.

Bij het opvolgen van de gemaakte afspraken refereert men (de leiding in de eerste plaats, maar bij uitbreiding elk teamlid) naar de gemaakte afspraken. Dit is geen feedback, maar feed-forward. Het is gewoon een herinnering aan de gemaakte afspraak waar men het op een bepaald (helder) moment mee eens was. De ‘volwassen’ manier van werken houdt de betrokkenheid intact en creëert een sterke en constructieve cultuur. Volhouden bij het opvolgen en eventueel afspraken hernieuwen en bijstellen horen daar zeker bij. Leiders moeten ‘cultuurdragers’ worden.

Hugo Der Kinderen

Juli 2026

Geen opmerkingen: